skip to content

Gastenboek

Heb je iets te vragen? Stuur mij dan a.u.b. even een mailtje. Ik stuur je dan snel een reactie!
ellevandenbogaart
elle@ellevandenbogaart.nl
26 Mar 2009 15:51:49
He hallo, nee Kars uit Krassen heeft niets te maken met de Kars uit een boek van Carrie Slee.
Groet Elle
Rick
Prive@Prive.nl
26 Mar 2009 10:47:39
Hallo Elle,

Ik had een vraagje.
Heeft die Kars, uit krassen, iets te maken met de Kars uit Timboektoe, van Carrie Slee???

Graag Antwoord...

Groetjes Rick
ellevandenbogaart
elle@ellevandenbogaart.nl
22 Mar 2009 20:51:44
Dag Jalissa, ik wens je heel veel succes met je boekverslag. Als je nog vragen hebt, wil ik je graag helpen. Groetjes Elle
reus power
sitebox1993@live.nl
22 Mar 2009 12:45:08
Jalissa best leuk stuk

ik moet een boek bespreking houden over 1000 kilometer tis super
anoniem
i2008@live.be
21 Mar 2009 18:12:28
Hallo, ik las ook het boek duizend kilometer. Heel mooi geschreven, maar zoals enkele andere was ik ook teleurgesteld door het open einde. Gelukkig staat er op de site wel nog een kleine uitleg, maar deze had iets langer mogen zijn. Verder een goed boek! Groetjes
Luuk Dekkers
luukdekkers@hotmail.com
19 Mar 2009 16:39:02
Hoi Elle,ik vroeg me af welke prijzen je gewonnen hebt.

Groetjes Luuk
Jalissa
xLiszaaaa@hotmail.com
18 Mar 2009 22:03:44
Hallo,

een tijd geleden bent u bij ons op school geweest. Ik vertelde dat ik zelf ook graag schrijf.
Ik heb nu iets geschreven waar ik best trots op ben, en eigenlijk wilde ik de mening van iemand met wat meer ervaring eens horen?

Zweetdruppeltjes lopen over zijn voorhoofd naar beneden. Het is doodstil. Hij schraapt zijn keel en onderbreekt de stilte. ‘Je kunt je angst overwinnen en je verhaal doen, je kunt ook doorgaan zoals het nu is en zwijgen. De keus is aan jou.’
Ik weet het niet meer… ik zou zó graag aangifte willen doen, hem straffen, hem laten lijden. Hij heeft mij eenmaal ook laten lijden, ik had hem nooit moeten geloven. Ik weet nog precies wat hij zei: ‘Ik houd van je, ik doe niets wat jij niet wilt.’ Tevergeefs, hoe hard ik ook nee riep, hij ging door. Door tot het einde, tot hij niet meer verder kon. Hij gaf me de moeilijkste keuze in mijn leven, abortus plegen of niet. Ik heb nog altijd spijt van m’n keuze, hoe kón ik mijn kindje vermoorden. Hij liet het er niet bij. Blijkbaar was het niet genoeg om mij te verkrachten. Het is al meer dan twee jaar geleden, maar nog achtervolgt hij me. Het begon met brieven, honderden brieven. Brieven waarin hij schreef dat hij spijt had, hij me terug wilde, hij zelfmoord zou plegen wanneer ik hem achter liet. Brieven met ontzettend lieve woorden erin. Brieven met woorden die mij bijna omkochten weer contact met hem te zoeken. Hij was slim genoeg om gevoelens bij me los te maken, maar niet slim genoeg om mijn verstand zo ver te krijgen. Na een paar maanden opende ik die brieven niet meer. Hij begon te dreigen, het maakte me bang. Ongeopend, bang voor wat ik anders zou lezen, gooide ik ze meteen weg. Oude brieven verbrand, ik wil dit niet meer. Ik moet hem vergeten, hij moet stoppen. Hij moet me met rust laten.
Er gingen nog drie weken voorbij, drie weken vol met brieven. Het leek een eeuwigheid te duren. Ik durfde niet meer naar school, bang dat hij achter me liep. Ik durfde niet meer naar atletiek, bang dat hij ergens stond te wachten. Ik sloot me op, ontweek de brievenbus. Ik hield alles voor mezelf, niemand mocht dit te weten. Ze zouden me raar vinden, me anders gaan behandelen. Drie weken gingen voorbij. Ik zat op m’n kamer met een kop soep in een boek verdiept. Ik schrok van de deur die dichtviel en snelle voetstappen die de trap opkwamen. Ik kneep m’n ogen dicht toen de deur open vloog, bang dat hij er zou zijn. ‘Lena, wat heeft dít te maken?!’ Riep mijn vader terwijl hij een foto van mij omhoog hield. Een foto, waarom was hij daar zo boos om? Ik trok mezelf overeind en slofte naar de deuropening, waar mijn vader nog steeds kwaad tegen aan stond geleund. Voorzichtig pakte ik de foto uit zijn handen. Wát? Die foto had ik nog nooit gezien? Ik was het wel, dat was duidelijk. Ik herkende alles. Elk detail klopte. Maar dat kón niet? Wie had die foto gemaakt? Woedend draaide ik ‘m om en bekeek de achterkant. ’’Ik krijg je nog wel’’ stond er in een slordig handschrift op. Ik voelde de tranen achter mijn ogen prikken, maar ik wilde niet huilen. Ik mocht niet huilen, dat is precies wat hij wil. Ik moest sterk zijn, niet opgeven. Met alle kracht die ik heb schopte ik tegen de deur aan en liet me hopeloos langs de muur naar beneden zakken. Ik hoorde mijn vader weglopen. Ik stond op om een schaar te pakken en de foto in stukjes te knippen. Heerlijk, om dit te vernielen. Ik kreeg een beetje moed en loop m’n kamer door. Ik haalde een shirt onder mijn bed vandaan, zijn shirt. Ik trok de kast open en haalde er een broek uit, van hem gekregen. Ik schoof mijn sieradenkistje uit de onderste la en haalde hier een kettinkje uit. Volgens hem moest het staan voor onze liefde. Maar die liefde was er niet. Ik deed alles in een plastic tas en nam de restjes foto in mijn hand. Ik schoot in mijn nieuwe gympen en rende met twee treden tegelijk de trap af. Ik liet de huissleutel van het haakje in mijn hand glijden en trok de voordeur achter me dicht, op weg naar het parkje. Toen ik er eenmaal was deed ik de tas open en haalde alles eruit. Ik legde het op het stenen veldje naast de vijver en pakte een aansteker uit mijn jaszak. Met een tevreden gevoel keek ik toe hoe de outfit veranderde in een bergje as. Ik liet het bedeltje dat aan het zilveren kettinkje voor de laatste keer door mijn handpalm glijden en keek dan toe hoe deze tot de bodem van het meer zonk. Ik ging op het gras zitten wachten tot de wind opzette en liet toen de snippers hun weg gaan. Tevreden stond ik op en besloot een stukje te gaan hardlopen. De enige manier om tot rust te komen. Het begin was het moeilijkste, maar als je eenmaal een bepaald tempo vasthield en je bleef rennen was het heerlijk. Je hart gaat steeds sneller kloppen en door de pijn in je benen wordt je een met jezelf. Een kreun van inspanning verliet mijn mond toen ik een uur later uitgeput op een bakje neerzakte.
Opgelucht was ik toen ik niks meer van hem hoorde. Zo ging het zeker nog twee maanden, ik durfde steeds vaker naar buiten. Tot die ene dag. Hij begon weer opnieuw. Eerst een smsje, toen een brief. Weer een foto. Ik werd het zat. Ik besloot naar de politie toe te stappen. Ik had het nooit moeten doen. Vlakbij het bureau stond een auto. Hij stapte uit en trok me mee. Ik werd tegen de muur gedrukt en er sijpelde een straaltje bloed langs mijn slaap naar beneden. ‘Luister jij nou is even goed’, zei hij bedreigend ‘als ik jou was zou ik maar uit de buurt blijven van de politie, ik kan nog veel meer doen. Ik heb trouwens ook nog een hoop lieve vrienden die mij wel een handje willen helpen. Hou je gedeisd. Je bent te mooi om je iets aan te doen, maar als je zo doorgaat zal ik wel moeten.’
Dagen kropen voorbij… het werd alsmaar erger. Ik kon niet meer normaal over straat, altijd had ik het gevoel dat hij achter me liep. Ik kon geen post meer openen, bang dat hij wat opgestuurd had. Ik durfde geen mails meer te lezen of mensen te accepteren. Niemand was in mijn ogen nog te vertrouwen. Ik sloot me af van de buitenwereld, langzaam aan lieten al mijn vrienden me vallen. Ik stond er alleen voor.

Ik besloot naar de politie te stappen, ondanks zijn woorden. Ik moest het doen, het kon zo niet langer. Maar wat als hij me echt wat aan ging doen? Ik wilde het niet nog eens meemaken.
Daar zat ik dan, tegenover een agent. Hij keek me aan en had blijkbaar tijd te kort. Ik kon het niet vertellen, ik kreeg de woorden niet over mijn lippen. Het was te moeilijk. Ongeduldig begon hij met een pen op de bruin gelakte tafel tussen ons te tikken. Zweetdruppeltjes liepen over zijn voorhoofd naar beneden. Het was doodstil. Hij schraapte zijn keel en onderbrak de stilte. ‘Je kunt je angst overwinnen en je verhaal doen, je kunt ook doorgaan zoals het nu is en zwijgen. De keus is aan jou.’
Ik keek naar beneden en dacht snel na. Ik kon het nu vertellen, ik kon mijn verhaal doen en hem in de problemen werken. Ik kon mijn verhaal doen en zorgen dat hij gestraft werd. Het enige wat me tegenhield was het idee dat ik misschien wel niet zou winnen, dat ze er niks aan deden. Dan bleef hij rondlopen. Hij zou me iets aandoen omdat ik naar de politie ben gestapt. Maar stel dat ze er wel wat mee gingen doen. Dat hij opgepakt zou worden, dat ze hem gingen opsluiten. Een zucht ontsnapte uit mijn mond. Mijn lippen waren droog, pijnlijk. Het leek of ze elk moment open konden scheuren. Ik raapte alle moed bij elkaar en begon te praten. Toen ik eenmaal bezig was vloeide de woorden over mijn lippen. Ik wist precies wat ik moest vertellen, ik had dit al vaak genoeg gedaan. Ik had dit zovaak opgeschreven. Opgeschreven en verscheurd. Opgeschreven en van mijn computer verwijderd. Ik kan het op elke manier verwijderen, behalve uit m’n hoofd, uit mijn hart. Ik stopte en keek hoe de agent geconcentreerd mijn verhaal samenvatte, alle details opschreef. Hij keek op en vroeg of ik klaar was. Ik kuchte even en vervolgde mijn verhaal.
Na een halfuur sta ik op de stoep van het politie bureau met een papiertje in mijn jaszak. Stevig heb ik mijn hand erom heen geklemd. Alsof mijn leven ervan afhangt. Ze gaan hem verhoren, er alles aan doen het op te lossen. Over drie weken is de rechtszaak.
Ik leef er naar toe. Ik ben ontzettend zenuwachtig. Bang voor de uitslag, bang om hem te zien. Mijn woord tegen die van hem. Bang voor wat de gevolgen zijn. Elke dag maakt het spannender, elke dag komt het een stukje dichterbij.
Elke dag een stukje dichterbij, vandaag was het zover. Het was vreselijk, ik had de hele nacht waker gelegen. De rechtszaak zelf viel mee. Hij zei niets, wist dat hij had verloren. 16 jaar, 16 jaar zit hij vast.
Opgelucht kon ik weer ademen. Ik heb gewonnen. Het was niet voor niets. Zoveel moeilijke momenten, maar ik heb de juiste beslissingen genomen. En nu, nu sta ik hier. Ik weet dat het nog lang niet over is. Altijd zal ik eraan worden herinnerd, altijd zal de gedachte blijven. Altijd zal ik die angst houden. Altijd, maar hij heeft zijn straf. Hij heeft me vaak genoeg laten lijden, en nu, nu mag hij zelf lijden.

Ik kon kiezen, vluchten of vechten. Ik koos voor het goede, ik heb gevochten.



Jalissa.
ellevandenbogaart
elle@ellevandenbogaart.nl
16 Mar 2009 20:53:56
dag Luuk, helaas kan ik je geen antwoord geven op de onderstaande vraag. Het mooie van een boek is dat je je fantasie kunt aanspreken. Wat ik wil zeggen is dat iedere lezer zijn eigen beeld maakt van de verschillende personen en situaties in een boek. Ik heb nameljk van de twee personen waar jij het over hebt weinig gedetailleerde beschrijvingen gegeven.
Groetjes Elle
Luuk Dekkers
luukdekkers@hotmail.com
16 Mar 2009 20:19:42
Hoi Elle,
Ik zou graag willen weten hoe het uiterlijk van Isis en Wies eruitziet in het boek:De gele scooter
ellevandenbogaart
elle@ellevandenbogaart.nl
14 Mar 2009 13:31:08
Ik ben erg tevreden over het boek Krassen. Het is me gelukt om naast het verdriet van Kars, het verhaal heel erg spannend te maken, zonder dat het afbreuk doet aan de realiteit van dit ingrijpende verhaal. Groet Elle
<< Vorige pagina
611-620 uit 643
Volgende pagina >>